Geschiedenis van SNEL
Fietsen met passie en toewijding
“Niet altijd de goedkoopste, wel de beste.” Dat was de ambitie waarmee oprichter Frans Snel van SNEL tweewielers zijn zaak uitbouwde. Hij ging eerlijk met klanten om: zonder beloftes waarmee ze alleen vandaag of morgen tevreden zouden zijn, hij zorgde dat ze tot in lengte van jaren terugkwamen. Naast dit principe had hij ook belangrijke kwaliteiten: altijd hardwerkend en bij tegenslagen volhardend.
Bovendien was hij ordelijk (‘een plek voor alles – alles op z’n plek’) en daarbij een echte vakman: hij vond overal een oplossing voor en was steeds op tijd klaar. Zo kon het gebeuren dat ontevreden klanten van de concurrentie bij SNEL belandden én bleven. Veel kleinkinderen van klanten van het eerste uur, lopen nu regelmatig de winkel binnen voor een aankoop of een reparatie.
Erkend ondernemer
Op 1 juni 1938 begon Frans Snel met het repareren en verhandelen van fietsen in een schuurtje aan een steeg achter de Jacobikerk. Hij werd gemobiliseerd en als militair zou hij tijdens de bezetting tewerkgesteld worden in Duitsland, behalve wanneer hij kon aantonen ondernemer te zijn. Frans had een administratie bijgehouden en dat gold als bewijs van ondernemerschap. Met terugwerkende kracht werd hij door de KvK ingeschreven in het Handelsregister. Hij kreeg vrijstelling en kon weer aan de slag.
De huisbaas de baas
Frans Snel huurde vanaf oktober 1940 een klein winkeltje aan de Amsterdamse Straatweg met erachter een kleine woning. Zijn zakelijk partner bleek plotseling te zijn verdwenen met het kasgeld en een deel van de voorraad. Diezelfde dag kwam de huisbaas langs om het huurgeld te innen. Toen bleek dat er geen geld was, zegde hij de huur op, waarna Frans hem een aanbod deed: “Als u me uitstel geeft, hoeft u geen nieuwe huurder te zoeken.” Dat voorstel werd geaccepteerd. Hij zette een heel kleine advertentie in het Zuilens Nieuwsblad “Tegen inlevering van deze bon Uw fiets keurig schoongemaakt, gesteld en gesmeerd voor 1 kwartje.” Het liep storm en aan het eind van die maand had Frans genoeg geld voor twee maanden huur.
Op tijd klaar
Al tijdens de kwartjesactie van de advertentie werd het heel druk. Frans had uren werk per fiets en verdiende daar heel weinig mee. Sommige klanten lieten gelijk reparaties uitvoeren, dat was voor de planning belastend, maar wel nodig voor de omzet. Meestal kon Frans de beloofde levertijd halen door te werken van ’s morgens 6 tot ’s avonds 9 uur. Op het hoogtepunt van de actie werd het nachtwerk en hielp zijn verloofde Gonny met het schoonmaken van de fietsen. Zo maakte de vraag ‘hoe komen we aan klanten?’ plaats voor ‘hoe krijgen we alles op tijd af?’
Van handel naar productie
Tijdens de bezetting steeg de behoefte aan reparaties, er werden nauwelijks fietsen verkocht. Een van de weinige uitzonderingen was begin 1942 toen Frans erin slaagde een Gazelle te leveren aan huisarts Ogtrop, die daarmee een vervoermiddel had voor zijn huisbezoeken. Iedere fiets die van buiten zichtbaar was, werd direct door de Duitsers ingepikt. De etalage, waaraan Frans altijd zoveel aandacht had besteed, zag er kaal uit.
Naarmate het voedsel schaarser werd, kwamen fietsen en onderdelen in gebruik als ruilmiddel. “Dit frame met een voorwiel is voor jou, als ik die zak meel krijg.” Tegelijk werd de fiets als vervoermiddel alleen maar belangrijker en dat bracht Frans ertoe om zelf frames te gaan lassen. Buizen waren vaak wel verkrijgbaar en de onderdelen kwamen uit fietsen waarvan het frame niet meer te repareren was. In plaats van fietsenhandel was SNEL nu producent geworden.
Beplakte binnenband
Soms moest een binnenband vijftig keer of nog vaker geplakt worden, op den duur was het lek niet meer te dichten. Frans kende een techniek die later in onbruik is geraakt: de band doorknippen, binnenste buiten keren en dan de naad rondom weer aan elkaar lijmen. De bestaande plakkers zaten nu aan de binnenzijde van de band en de buitenzijde kon opnieuw beplakt worden. De ventielen van die tijd konden met een ingreep andersom gezet worden. Zo verdubbelde de levensduur van menige binnenband, maar uiteindelijk volstond ook dat niet en waren veel fietsers aangewezen op massieve banden.
Dealer van Gazelle
In de jaren na de bevrijding steeg de vraag naar fietsen enorm. Toen de economie op gang kwam begonnen fietsfabrieken op volle toeren te draaien en daarmee kwam een eind aan de zelfbouw bij SNEL. Om marktaandeel te behouden besloot Frans een bezoek te brengen aan het boegbeeld van de branche: Gazelle in Dieren. Maar het zag er slecht uit, het aantal fietsenzaken op de Amsterdamse Straatweg in Utrecht was uitgegroeid naar twintig, Frans kreeg te horen dat Gazelle daar geen dealer meer nodig had. Gelukkig had hij een foto bij zich van zijn zaak. Die zag er zo netjes uit dat het indruk maakte: korte tijd later kwam onverwacht een vertegenwoordiger langs die constateerde dat de zaak inderdaad zo netjes was als op de foto. Toen werd SNEL alsnog dealer van Gazelle.
Service aan huis
In de jaren zestig verhuisden veel klanten vanuit Zuilen en Ondiep naar de nieuwbouwwijken Kanaleneiland en Overvecht. Frans overwoog daar een filiaal te openen: de afstand tot hun vertrouwde zaak zou voor de klant kleiner worden. Maar de aansturing van het bedrijf werd natuurlijk complexer. Toen bedacht Frans dat hij kon volstaan met een haal- en bezorgservice, in plaats van een filiaal.
Een motorbakfiets, voorzien van de kleuren van de Wegenwacht (geel met blauw), reed iedere middag door Kanaleneiland en Overvecht om gerepareerde fietsen weg te brengen en andere op te halen. Met maximaal zes fietsen tegelijk moest de route goed worden uitgekiend. In de jaren zeventig werd de bakfiets ingehaald door de efficiëntie van een bestelauto. Vanaf de jaren tachtig kregen steeds meer klanten een eigen auto waarmee zij hun fiets zelf konden transporteren.
De rage van de racefietsen
Als zestienjarige zoon van Frans kwam Fred Snel aan het begin van de jaren zestig in het bedrijf werken. Eerst in de werkplaats en later in de winkel. Hij haalde zijn vakdiploma’s met hoge cijfers, kwam dankzij een bevriende student in aanraking met de racefiets en zag daar een markt voor. Zijn vader zei “Voor mij hoeft dat niet, maar als jij het leuk vindt: ga je gang.” Er ging voor Fred een wereld open van verfijnde techniek, smalle bandjes, derailleurs en wielerclubs met hun opvallende kleding. SNEL kreeg in dit segment grote naamsbekendheid, dankzij de kans die Fred van zijn vader had gekregen.
Later zou Frans zeggen “Als Fred zich hiervoor niet had ingezet, zouden we nu een mooie fietsenwinkel hebben, met alleen maar een buurtfunctie.” Er kwamen ook bekende wielrenners over de vloer, waaronder Theo de Rooij (in zijn amateurtijd) en schaatsster Annie Borckink die in de zomer wielerwedstrijden reed om te trainen. Zelfs kampioenen bij de amateurs reden op een SNELfiets: Ben Vlaanderen en Gijs Nederlof. Ook triatleten Tom Dimmendaal en de broers Bart en Ben van Zelst behaalden hun successen op een fiets van SNEL.
Langer en langer
Rond 1980 belde Rob Bruintjes, indertijd bekend als de langste man van Nederland en voorzitter van de Klub van Lange Mensen. Hij wilde zelf ook wel eens een goed passende racetoerfiets en vroeg zich af of SNEL deze kon leveren. Fred had net de hoogste maat klaargezet, toen hij zag dat er iemand binnenkwam die heel diep moest bukken bij de deur. Bruintjes was niet ontevreden over de getoonde fiets: “Het gaat er op lijken, maar kan het nog wat hoger?” Toen werd het historische besluit genomen om opnieuw met maatbouw te beginnen. Het gewicht van Bruintjes stelde met 130 kilo ook de nodige eisen, waaraan werd voldaan met een dubbele bovenstang en een dubbele achtervork. Ook wielen, spaken, trapas en pedalen werden zorgvuldig gekozen.
Bruintjes was er blij mee en liet dat ook direct weten aan een krant die op het spoor was gekomen van zijn bijzondere fiets. Een paar weken later werd hij uitgenodigd in een tv-programma en hij nam Fred mee om toelichting te geven. Door deze publiciteit en via het netwerk van Bruintjes kwam er opeens vanuit heel Nederland vraag naar fietsen met hoge maten. Iedere nieuwe klant bazuinde rond eindelijk een goede fiets te hebben gevonden en zo bleef de belangstelling groeien. Het enthousiasme van deze klantengroep had nog een ander gevolg: er kwam vaak feedback binnen waardoor veel knowhow werd opgebouwd.
En de winnaar is …
In de jaren tachtig was ook de opkomst van de fietsvakantie. Voor een behoorlijke fietstocht heb je meer nodig dan een stevige bagagedrager: veel versnellingen om te kunnen klimmen, goede remmen om veilig te kunnen dalen en sterke wielen met 40 of zelfs 48 spaken. Ook moet het frame zo stabiel zijn dat de bagage bij een afdaling de fiets niet laat zwabberen, wat heel riskant zou zijn naast een diepe afgrond. Leden van vereniging De Wereldfietser waren klant bij SNEL of ze werden dat door alle aanbevelingen die in de vereniging de ronde deden. De ANWB heeft in het blad Op pad drie keer vakantiefietsen getest en elke keer kwam de SNEL Safari als beste uit de bus (in vergelijking met topmerken als Gazelle, Koga Miyata, Batavus en Sparta).
Uitbreiding van de winkel
Het pand waarin SNEL is gevestigd onderging in de loop der jaren veel veranderingen. In het najaar van 1940 verhuisde het bedrijf naar de Amsterdamse Straatweg 414c. Toen in 1944 twee panden ernaast vrij kwamen is de winkel daarheen verhuisd. Rond de opkomst van de brommer, eind 1950, kwam de eerste winkel weer leeg en werd deze opnieuw betrokken. Daarmee had het bedrijf in totaal drie puien. Inmiddels was het gezin Snel al naar het woonhuis boven de winkel verhuisd en was het oude woongedeelte omgevormd tot werkplaats. Eind jaren zestig werd het naastgelegen pand aan de andere kant bij de winkel getrokken.
Het pand dat in 1918 was gebouwd als drukkerij was daarmee weer een geheel geworden, maar de verbouwingen waren daarmee nog niet ten einde. In 1994 zijn de tussenmuren verwijderd zodat er een grote ruimte ontstond. Enkele togen werden in tact gelaten om het unieke karakter van het gebouw te behouden. Rond 2000 werd uiteindelijk ook een vijfde pand in gebruik genomen. De laatste verbouwing was in 2002, toen de gevel grondig is opgeknapt. Dankzij een ruime automatische deur en een strak aangezicht van de gevel, kreeg de winkel een nieuwe, eigentijdse uitstraling.
Kwaliteit blijft centraal
Ondanks de veranderde populatie van de wijk Zuilen is SNEL nog steeds gevestigd op de Amsterdamse Straatweg. Klanten komen niet alleen uit de wijk en de stad, maar uit het hele land en, dankzij het in 2007 geopende station Utrecht Zuilen, ook per trein. Het bedrijf toont al 75 jaar dat je met passie en toewijding succes kunt bereiken. Natuurlijk lukt dat niet zonder vakkundig en gemotiveerd personeel. Door de jaren heen zijn dat heel wat mensen geweest – wat onveranderd bleef was de prettige sfeer van een stabiel team, kenmerkend voor een familiebedrijf.
Sinds 2005 staat Peter aan het roer bij SNEL, hij is zijn vader Fred opgevolgd binnen het bedrijf en daarbuiten. Peter is nu degene die tijdens de jaarlijkse Fiets en Wandelbeurs in de RAI aan een zaal met tientallen fietsers uitlegt hoe je zorgt dat je na een lange fietstocht weer behouden thuiskomt. “Commercieel succes is bij dit bedrijf nooit een doel op zich geweest”, zegt Peter. “Het was wel een belangrijk middel voor de continuïteit en om innovaties te kunnen doen, zoals bijvoorbeeld de woestijnfiets. Deze is speciaal gemaakt om de Sahara te doorkruisen met een minimale rolweerstand en zonder kans op materiaalpech.”
Uiteraard profiteert ook een fabrieksfiets van dat vakmanschap en goed advies. Bij SNEL is iedere fiets op maat.









